Contact Nuans law firm in Gent area for corporate law services
Legal experts for GDPR compliance and privacy law in the Gent area
februari 27, 2024

De afschaffing van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent

Op 2 februari 2024 heeft de plenaire vergadering de wet tot invoering van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek goedgekeurd. Hierdoor zullen de nieuwe bepalingen van Boek 6 naar verwachting op 1 januari 2025 in werking treden. Eén van deze regels betreft de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent, meer bepaald de afschaffing ervan.

Huidige situatie

Onder het huidige recht geldt de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent (hierna: hulppersoon). Kort gezegd betekent dit dat wanneer een hulppersoon C (bijvoorbeeld werknemers, zelfstandigen, bestuurders van rechtspersonen, ambtenaren, vrijwilligers, …) een fout begaat bij de uitvoering van zijn overeenkomst met zijn medecontractant B, de benadeelde partij A geen rechtstreekse vordering tot schadevergoeding kan instellen tegen de hulppersoon voor contractuele schade. De benadeelde partij A moet de contractuele keten volgen en zijn eigen medecontractant B (de rechtstreekse opdrachtgever van de hulppersoon) aanspreken, die vervolgens regres kan uitoefenen tegen hulppersoon C. De benadeelde partij A kan deze afbakening doorbreken in geval (i) de fout van hulppersoon C tevens een buitencontractuele fout inhoudt met schade die vreemd is aan de contractuele schade; (ii) de contractuele wanprestatie ook een misdrijf vormt; of (iii) de overeenkomst is ingebed in een reglementaire rechtsverhouding.

Er bestaat reeds bijzondere wetgeving die de aansprakelijkheid van bepaalde hulppersonen beperkt. Bovendien laat het recent ingevoerde artikel 5.89, §2 van het Burgerlijk Wetboek toe dat hulppersoon C zich tegenover A kan beroepen op een exoneratiebeding dat is opgenomen in de overeenkomst tussen A en B.

 

Nieuwe wetgeving

De nieuwe wetgeving keert dit principe echter volledig om en schaft de quasi-immuniteit van de hulppersoon af.

De basisregel dat een contractuele vordering van de benadeelde tegen de hulppersoon niet mogelijk is, blijft behouden. Hulppersonen kunnen echter wel rechtstreeks buitencontractueel worden aangesproken voor contractuele schade door de benadeelde medecontractant van hun rechtstreekse opdrachtgever, indien zowel een contractuele fout ten aanzien van de opdrachtgever als een buitencontractuele fout ten aanzien van de benadeelde medecontractant werd begaan.

De wetgever heeft de mogelijkheid voor wettelijke of contractuele afwijkingen behouden. Zo kan de rechtstreekse buitencontractuele aansprakelijkheid van de hulppersoon nog steeds contractueel worden uitgesloten, of kan een bijzondere wet bepalen dat de benadeelde partij alsnog een rechtstreekse contractuele vordering tegen de hulppersoon kan instellen.

De hulppersoon kan echter genieten van het zogenaamde dubbele effect van contractuele verweermiddelen: zowel verweermiddelen uit de hoofdovereenkomst (tussen benadeelde partij en opdrachtgever) als uit de onderaannemingsovereenkomst (tussen opdrachtgever en hulppersoon) kunnen worden ingeroepen tegen de benadeelde partij die zich beroept op de buitencontractuele aansprakelijkheid van de hulppersoon voor contractuele schade.

Deze dubbele bescherming van de hulppersoon geldt niet indien de contractuele schade bestaat uit lichamelijke of psychische schade bij de benadeelde partij, of indien de fout een opzettelijke fout uitmaakt. Op hun beurt kunnen de uitzonderingen op het dubbele effect van contractuele verweermiddelen niet contractueel worden uitgesloten.

 

Specifieke implicaties voor bestuurders

Als bestuurder van een rechtspersoon zult u veel sneller aansprakelijk worden gesteld door de medecontractant van de rechtspersoon. Waar het tot nu toe bijna een misdrijf vereiste om een bestuurder aansprakelijk te houden, volstaat in de toekomst zelfs een gewone fout. Een bestuurder kan aldus reeds aansprakelijk worden gesteld en gehouden voor de niet-nakoming van een door de rechtspersoon gesloten overeenkomst, zoals het niet uitvoeren van een betaling.

Wat te doen?

Het is aangewezen om bij het sluiten van nieuwe overeenkomsten bijzondere aandacht te besteden aan de mogelijke uitsluiting van de buitencontractuele aansprakelijkheid van de hulppersoon. Het kan ook nuttig zijn om bestaande contracten, met inbegrip van algemene verkoopvoorwaarden, te herzien en deze op dit punt zo nodig aan te passen en/of te heronderhandelen.

Daarnaast kunnen ondernemingen hun verzekeringspolissen nagaan wat betreft de dekking ten aanzien van hun hulppersonen en deze dekking indien nodig uitbreiden.

Nuans staat steeds klaar om u te begeleiden en advies op maat te bieden over dit onderwerp.

 

Share via:
Facebook
X
LinkedIn