Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) heeft zijn langverwachte uitspraak gedaan in twee gevoegde zaken van Mio AB et al. en Konektra over designmeubelen.
In zijn arrest van 4 december 2025 bevestigt en verfijnt het HvJ-EU zijn bestaande rechtspraak inzake de auteursrechtelijke bescherming van zogenaamde toegepaste kunst, dat wil zeggen ontwerpen die een functioneel doel dienen, en verduidelijkt het hoe inbreuken moeten worden beoordeeld.
Auteursrecht discrimineert niet
Het HvJ-EU bevestigt definitief dat het auteursrecht geen onderscheid maakt tussen verschillende categorieën van werken.
Dit betekent dat er voor de bescherming van werken van toegepaste kunst geen strengere eisen mogen gelden dan voor andere soorten werken (zoals schilderijen, beeldhouwwerken, muziek, enz.).
Het feit dat er (mogelijk) bescherming op grond van het modelrecht bestaat, doet daar niets aan af.
Het HvJ-EU bevestigt (opnieuw) dat het in het algemeen mogelijk is dat een voorwerp zowel door het modelrecht als door het auteursrecht wordt beschermd. Beide regelingen op het gebied van intellectuele eigendom bestaan onafhankelijk van elkaar, streven verschillende doelstellingen na en zijn onderworpen aan afzonderlijke regels, maar sluiten elkaar niet uit.
Originaliteit blijft cruciaal
Wanneer valt een werk (van toegepaste kunst) dan onder het auteursrecht? Eén woord: originaliteit. Niets meer en niets minder.
Het HvJ-EU bevestigt nogmaals dat, wil een werk als “origineel“ worden aangemerkt, het zowel noodzakelijk als voldoende is dat het de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt, als uitdrukking van diens vrije en creatieve keuzes.
Keuzes die worden bepaald door verschillende beperkingen, met name van technische aard, waaraan de auteur tijdens het creatieve proces gebonden was, zijn niet vrij en creatief; evenmin zijn dat keuzes die, hoewel vrij, niet de stempel van de persoonlijkheid van de auteur dragen door het onderwerp een uniek karakter te verlenen.
Het HvJ heeft helaas de kans voorbij laten gaan om de beoordeling van “de stempel van de persoonlijkheid van de auteur“ verder te verduidelijken in het geval dat er vrije keuzes worden gemaakt.
Factoren die niet doorslaggevend zijn voor de originaliteit
Aangezien het beoordelen van de originaliteit soms een lastige opgave blijft, hadden de verwijzende rechtbanken een aantal factoren opgesomd waarmee rekening zou kunnen gehouden worden. Het HHvJ-EU heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om te verduidelijken dat de volgende elementen in voorkomend geval in aanmerking mogen worden genomen, maar dat zij in geen geval noodzakelijk of doorslaggevend zijn voor het vaststellen van de originaliteit van het voorwerp waarvoor bescherming wordt gevraagd.
De intenties van de auteur behoren tot het domein van de ideeën en kunnen alleen worden beschermd voor zover ze in het werk zelf tot uiting komen.
Het HvJ bevestigt dat esthetische aspecten of artistieke effecten niet als criterium voor originaliteit mogen worden gehanteerd. Hoewel dergelijke overwegingen weliswaar een rol spelen bij creatieve activiteiten, kan op basis van het feit dat een model een dergelijk effect teweegbrengt, op zichzelf niet worden vastgesteld of dat model origineel is.
Het gebruik van bestaande ontwerpelementen sluit originaliteit niet uit, bijvoorbeeld wanneer de auteur creatieve keuzes heeft gemaakt bij het selecteren en rangschikken van die elementen. Wanneer auteurs nieuwe varianten van hun eigen eerdere werk ontwikkelen, kan de nieuwe versie volledige auteursrechtelijke bescherming krijgen, aangezien de creatieve elementen voortkomen uit de persoonlijkheid van dezelfde auteur.
Externe erkenning, zoals museumtentoonstellingen of lof van professionals, is niet noodzakelijk en op zichzelf ook niet doorslaggevend voor het vaststellen van originaliteit.
Schending van het auteursrecht
Conclusie
Hoewel de meeste conclusies in overeenstemming zijn met de eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, betekent dit arrest een nieuwe belangrijke stap op weg naar harmonisatie van het auteursrecht in de EU.
Hiermee wordt de benadering van auteursrechtelijke bescherming op basis van “originaliteit“ nogmaals bevestigd en worden (volhardende) standpunten verworpen die erop gericht zijn de bescherming van toegepaste kunst te beperken.
Dit vonnis is een overwinning voor ontwerpers en fabrikanten die bescherming zoeken voor toegepaste kunst, aangezien het de bescherming terugbrengt tot de enige relevante vereiste (namelijk originaliteit) en aanvullende eisen die door bepaalde rechtsgebieden worden opgelegd, verwerpt.
Voor meer informatie over dit besluit en auteursrechtelijke bescherming, contacteer onze Innovatie advocaten.
